Vanavond bestaat de afwas niet

vanavond bestaat de afwas niet

en worden er geen boodschappen gedaan

geen gemiezemuis over wat er vanavond

nou weer op tafel moet staan

en dat is dan niet weer een

aan gort gekookt gerecht dat ik

regelrecht heb opgedregd uit een

meer dan vintage Allerhande

met misopoeder en vadouvan die zelfs

de supermarktmanager amper vinden kan

ik hoef het brandalarm niet uit te zetten

omdat alles iets te krokant bleek te zijn

mijn keuken wordt geen slagveld van

onbestemde vlekken en aangekoekte pannen

het servies blijft heel in de kast en

er bestaat dus geen afwas want

vanavond is de tafel allang gedekt

en iedereen schuift gezellig aan

het enige wat ik hoef te doen is

genieten van ‘t eten, met elkaar

september 2024

Voor Resto van Harte, een culinair initiatief tegen eenzaamheid.

Ons genoegen

aan de rand van de stad

zien wij elke lente het licht 

nadat wij ons aan de 

zeeklei ontworsteld hebben

beschijnt de zon ons tot

we zoet genoeg zijn

en hoeven we slechts 

tot de oogst te overleven

verpakt als kleine spookjes

tegen scherpe spreeuwensnavels

liefhebbende handen

plukken, persen en vergisten

maken ons met genoegen tot wijn

vanuit de bodem van hun hart

augustus 2024

Pendelparadijs

als de Oostvaardersdijk kon lullen

zou die nooit meer stoppen met praten

want uit ronkende gele bussen

sijpelden jarenlang verhalen

elke ochtend stapten ze in

abonnement klaar in de hand

de nieuwe stad woont mooi maar

de nering ligt op het oude land

en als je daar moest wezen

kon dat alleen over die dunne dijk

met z’n allen heen en weer

van en naar dat pendelparadijs

er werd gegrapt, geflirt en geleden

ontsproot een maatschappij in het klein

terwijl ze volgens rooster werden rondgereden

zetten mensen hun eerste stappen in het Lelystedeling-zijn

de bakstenen bewaren allemaal

een beetje van de sfeer van toen

de dijk kan dan niet lullen maar

vergeten, dat zal hij nooit doen

september 2024

Eigenwijs

wie kent de stad

als ze alleen kunnen denken

aan een lelijk gezicht

bekend van decennia aan

goed verkopend slecht nieuws

een monotoon gedrocht 

geboren op een kille tekentafel

nog niet goed genoeg om

dood in gevonden te worden

wie ziet de stad

als ze eindelijk durven te kijken

naar wat ze daadwerkelijk is

een in de kiem gesmoorde groeikern

niet geworden wat ze had moeten zijn

en toch met horten blijven ontwikkelen

tot een thuis voor duizenden

elk met een eigen verhaal

hun wortels ferm in de nieuwe grond

wie voelt de stad

als ze eens gaan wandelen

vanuit een halfleeg hart 

lopen fietspaden als rode aderen

door buurten die de namen dragen

van de schepen die daar vergingen

nu overspoeld met weldadig groen

en rust voor wie het zoekt

op de lange dijk die alles droog houdt

starend naar een zakkende zon

boven de overkant die nooit kwam

wie is de stad

als ze nog niet zeker is

van wat ze allemaal kan zijn

tussen een open basalten kantlijn

en uitgestrekte akkers aan de randen

zoeken we eigenwijs naar onszelf

zie het bloeien

zie het sterven

zie de mensen

zij maken de stad

juni 2024

Natuurhistorisch

post mortem aaibaarheid

bij leven kende je geen handen

en als wel dan beet je ze eraf

voor jou is besloten

om je vorm nog even

heel even

onder ons te houden

kleine ingreep

voel je niks van

we willen graag

altijd zien wie je bent

en hoe je was

bij benadering

achter glas

april 2023

Kampen 1663

niet met maar

zeer zeker niet zonder

een stad gevormd door

stromend stokkend water

dat de handel ver

voorbij onze kusten stuwde

en oude mannen omhing

met macht

uit elke baksteen sprak rijkdom

torens waaieren als pauwen

hun pracht boven de stadsmuren uit

met haar ettelijke poorten

die bepalen wie een Kampenaar is

geleid door God en geld

augustus 2024

Solanum tuberosum

glorieuze aardappel

uw toepassing kent geen eind

gekookt, gestampt, gefrituurd

gepoft of gebakken

zelfs als we u met groente

en een vleesvervanger

helemaal naar de tyfus prakken

blijft uw vorm

voedzaam en vullend

naties staan en vallen

bij de gratie van uw oogst

nietsvermoedend wuiven uw

witte bloesems in de juliwind

onze honger tegemoet

augustus 2024

Bodemarchief

waar vroeger beken

en rivieren stroomden

hun namen achterlatend

in duinen en dekzand

daar vloeien nu verhalen

de grond vertelt over de

scherven van jagende verzamelaars

die een beetje boer werden

in zompig stromenland

over vele eeuwen aan

gezonken toekomstdromen

hun welvaart en rampspoed

bepaald door verraderlijk water

over getekende lijnen die

met wilskracht tot leven gewekt

van ruimte een nieuw begrip maakten

op de bodem van de getemde zee

over nieuwkomers die

overal vandaan kwamen en

een samenleving bouwden

op een groot vlak niets

over jou en mij en

wat wij onder deze

eindeloze lucht

allemaal kunnen zijn

mei 2024

Zonnewendetentellende

na middernacht met de ziel onder de arm rond elektronisch vuur nestelen,

in de vorm van een kleine kubus die terug lijkt te seinen naar

de knipperende rode ogen in het vlakke niets

met bier en snacks en verhalen stellen we de slaap uit

tot iedereen toch aftaait

wanneer de laatste fluister sterft 

begint de eeuwige suis van de grote witte waker

haar wieken onaflatend

braaf ben ik in de tent gekropen 

mijn nek brekend tegen een opblaaskussentje

opgekruld als een vuilniszakkleurige worm

de lamp gaat aan, gaat uit, gaat aan

mijn boek open, dicht en open

en mijn pen ook, nee

kamperen is niks voor mij

het besluit tot opstaan is genomen

kruipstuimelend de tent uit

de nacht glijdt al richting dageraad

en op slippers en in groot t-shirt

maak ik mijn gang naar het toilet

met spookachtig blauwe ringen 

van de energiecentraletorens als baken

bij het verlaten van de dixie zie ik de

dames die de boer alvast het weiland

op heeft gejaagd, 

goedemorgen

bij gebrek aan zin om terug te keren

naar mijn vuilniszakkenwormbestaan

loop ik mijn tent voorbij richting 

de heilige aarden wallen

een vurig lichtsnoer leidt de weg

het hart is verstild, slechts de windmolenruis 

en het krakende droge gras onder mijn slippers 

maken geluid

sjokkend maak ik mijn ronde tussen de wallen, 

tot ik me bedenk dat ik binnenkort 

een opwachting moet maken

en dat ik dat niet kan doen in groot t-shirt

en een onderbroek, dus ik schuifel terug

naar de vermaledijde tent

ik vouw mijn lichaam naar fatsoen

teken zelfs wat lijntjes boven mijn ogen

de dag is nooit geëindigd voor mij vannacht

maar nu kan ik hem in elk geval met

enige waardigheid voortzetten

ontbijt bestaat uit twee kleffe bolletjes kaas

met koffie die waarschijnlijk door

een tovenaar is gezet omdat er

een goede kans is dat je de doden

ermee kan opwekken

een roepende koekkoek

en een grote roze vlek in de lucht herinneren mij

eraan dat er wel degelijk tijd is verstreken

ik wacht tot mijn vrienden verfrommeld uit

hun tent komen rollen

de eerste treinen razen voorbij

in dit hart nestelen zich jaarlijks dichters

op ongoddelijke tijdstippen

zodat ze de zomer kunnen verwelkomen

met woorden die doordringen

ik mag de mijne daar straks aan toevoegen

het voelt als een heiligdom en 

mijn gebrokenheid is een boetedoening 

voor onduidelijke zondes, misschien

in de verte mijn vader op zijn elektrische fiets

het blauw van zijn jas gaat de

competitie aan met de ochtendlucht

het blauwe metalen nijlpaardje aan

mijn voordrachtboek lijkt haast te gloeien

de zon, ze is er

het is tijd

het is tijd

juni 2023

Planeet Prokkel

soms lijkt het

alsof ik op een planeet woon

en jij op een hele andere

en dan lijken we verschillend

en heel ver weg van elkaar

maar als ik nou

mijn handen uitsteek

en jij de jouwe ook

zodat we ontmoeten

in het midden

om dan samen iets te doen

dan zie jij wie ik ben

en begrijp jij mij weer beter

want uiteindelijk komen we

toch van dezelfde planeet

mei 2024

Deze schreef ik om de jaarlijkse Prokkeldag in Lelystad te vieren. Een prokkel is een prikkelende ontmoeting tussen iemand met een verstandelijke beperking en iemand zonder, met als doel de twee werelden dichter bij elkaar te brengen.