de smaak van bellenblaas
die voorop mijn tong blijft hangen
de geur van stukken kip bij de buren
die naast het slachthuis helaas ook
de barbecue niet hebben overleefd
de plak van twee waterijsjes tussen
mijn vingers, strategisch verkregen
en tegen de zon in opgegeten
de rulheid van korstige knieën onder
veelkleurige dinosauruspleisters
de oneindige wisselwacht van
vriendjes ver weg op vakantie
steeds iemand die er niet is
de tijd die lijkt stil te staan
maar nooit op iemand heeft gewacht
brengt het einde steeds dichterbij
daar zijn de sommen, de juf, de bel
dus ik stop kleine stukjes zomer
in een doosje en als ik zuinig ben
heb ik genoeg tot het weer zomer is
september 2026
